De afgelopen jaren, misschien zelfs decennia, heeft het bijzonder onderwijs bij tijd en wijle onder hevig druk gestaan. Vanuit verschillende
hoeken werd er kritiek over het bijzonder onderwijs uitgestort. Sommigen waren per definitie ontevreden dat een ‘neutrale' overheid bijzonder onderwijs financierde, anderen zagen het integratievraagstuk in een keer opgelost met de afschaffing van het bijzonder onderwijs. Toch kiest zo'n 70% van de ouders voor het bijzonder onderwijs. Waar komt die kloof vandaan? En wat betekent dat voor de toekomst van het bijzonder onderwijs?
In deze scripta gaan we in op bovenstaande vragen. Allereerst staan we stil bij de ontstaansgeschiedenis van het bijzonder onderwijs, vervolgens kijken we vooral naar hoe het er op dit moment eigenlijk voor staat en tot slot naar hoe het onderwijs op dit punt volgens ons vorm gegeven zou moeten worden.
Aan dit document heeft niet alleen de werkgroep onderwijs bijgedragen, maar ook hebben we gesprekken kunnen voeren met vier ‘wijze heren'. Allereerst Kars Veling, oud-fractievoorzitter van de ChristenUnie, nu rector van een ‘zwarte' openbare scholengemeenschap in Den Haag, die we op zochten omdat hij meerdere malen de ‘zuilen' ter discussie stelde en het identiteitsbegrip daarmee flink oprekt. Vervolgens spraken we met Henk Strietman, directeur van de Besturenraad, een koepelorganisatie voor protestants-christelijke scholen, naar aanleiding van zijn publicatie over het afschaffen van het bijzonder onderwijs. Ook spraken we met Gert Schutte, oud-fractievoorzitter van de GPV, die zijn liefde voor de vrijheid van onderwijs niet onder stoelen of banken steekt en graag een ieder op dit punt bij de les houdt. Tot slot hadden we een gesprek met Aaike Kamsteeg, wethouder in Dordrecht en lid van de Onderwijsraad, die ons graag uitlegde waarom het openbaar onderwijs naast het bijzonder onderwijs zou moeten blijven bestaan. We willen al deze ‘wijze heren' dan ook hartelijk danken voor de inspirerende gesprekken.