Ik geloof, maar ben verder normaal

Vierkant Tomvrijdag 31 maart 2017

De campagnetijd voorbij, april bijna aangebroken en dat betekent dat mijn contract is afgelopen.  Een tijd om ‘u’ tegen te zeggen met veel plezier tijdens een van de leukste dingen die te doen zijn in vier jaar: campagnevoeren. Iets wat ik overigens eerder nooit gedaan heb, ik ben een groentje. En tijdens het schrijven van de evaluatie op de doelstellingen in deze campagne overviel mij een gevoel. Iets wat ik voor deze periode niet persé voor mogelijk had gehouden: trots.

De Tsjechische theoloog, filosoof en psychotherapeut Tomas Halik schreef in een van zijn boeken dat hedendaagse christenen in het westen vaak met het volgende probleem zitten: Als je een gesprek voert met mensen die je net kent en het komt op het onderwerp ‘geloven’, moeten we bekennen dat na uitspreken van de zin: ‘Ik geloof’ daarna direct een innerlijke stem er een komma achteraan plakt en zegt ‘maar voor de rest ben ik normaal.’

Zijn wij christenen dan zo anders en afwijkend? Ik weet het niet. Je kan zeggen dat we in sommige gedeeltes ons anders verhouden richting de samenleving dan ‘seculieren’. Soms behoudender, soms progressiever maar anders. Halik’s uitspraak over het toevoegende zinnetje herken ik en ik moet ook bekennen dat ik onbedoeld toch soms een lichte schaamte voel wanneer ik vertel dat ik christen ben. Misschien wel om de reden die de christelijke journaliste Rinke Verkerk vertelde. In een tv-programma aan een tafel in een wijnkelder met Andries Knevel. “Hoe kan zo’n slim en leuk meisje nou christen zijn” parafraseert Verkerk de vrienden om haar heen die er achter komen dat zij christen is.

Een benauwdheid voor deze campagne die mij zo nu en dan verraste zat in mijn eigen schaamte: er voor uit komen dat je campagne voert voor de ChristenUnie en het stilzwijgend toevoegen dat je voor de rest normaal bent. Verkapt zeg je daar mee dat je zelf ook christen bent. Hoe zouden al die vrijwilligers die de straat opgaan, op school gaan flyeren en hun persoonlijke social mediakanalen willen inzetten dat hebben vroeg ik mij af.

Wat de afgelopen campagneperiode is gebeurd is precies het tegenovergestelde. “Eigenlijk hebben jullie gewoon een goed programma voor jongeren.” zei BNN’er Tim Hofman. “We hebben het partijprogramma even doorgelezen en het is gewoon ijzersterk” zei Arjen Lubach. De eerste keer zeggen dat ik voor de ChristenUnie werkte tegenover niet-gelovige vrienden, maatjes en kennissen in mijn buurt voelde nog wat onwennig maar hoe verder de campagne vorderde hoe gemakkelijker en trotser ik het vertelde.

Trots op de manier waarop de ChristenUnie omgaat met jongeren en ouderen, met landbouw en duurzaamheid, met harde en zachte problemen. Trots op Gert-Jan Segers die kwetsbaar en sterk was, meer liet zien dan wat van hem verlangd werd. Trots op de Bijbel en God die ons hier tot aanspoort. En trots op al die mensen die hun trots opzij durfden te zetten.

Die laatste trots; zonder schroom campagnevoeren heb ik van dichtbij gezien bij al die jongeren die op verschillende manieren campagne hebben gevoerd voor PerspectieF. Gegevens importeren, social mediaposts verzinnen, posters vormgeven, events regelen en vrijetijd opgeven. De Facebookpagina heeft een stuk minder dan 2000 likes maar had bij het laatste campagnefilmpje een bereik van 60.000 man. Niet eens op straatlengte dichtbij geweest als er niet zoveel mensen waren geweest die hadden getaggd, geliked en gedeeld. Het gezwegen aanvullende zinnetje: ‘maar verder ben ik normaal’ werd stiller.

De campagnetijd is voorbij, april is bijna aangebroken en dat betekent voor mij dat mijn contract is afgelopen. Neemt niet weg dat ik gewoon nog PerspectieF’er blijf en er van mijn groenige campagne-ervaring gebruikt gemaakt kan worden. Met trots.  

 

Labels

« Terug