De kledingindustrie zet geen radicale stappen om kleding eerlijker te maken

171219202423.IMG-p12AP-16188278260783.shrinkcentercrop.702x306woensdag 20 december 2017

In de aanloop naar kerst is het tijd voor de inmiddels traditionele Serious Request. Dit jaar was het aan Frans Timmermans om het glazen huis af te sluiten en als eerste een steentje bij te dragen aan het goede doel dat familieleden uit conflictgebieden herenigt. Een stille ramp, dat op deze manier uit de verborgenheid gehaald wordt. Er is echter een andere ramp waarover de politiek en maatschappij steeds stiller lijkt te worden, maar waar meneer Timmermans werkelijk verandering teweeg kan brengen.

Op 24 april 2013 stortte het Rana plaza-gebouw in Bangladesh in. De beelden van de ramp, die meer dan duizend doden kende, staan nog altijd in onze geheugens gegrift. De maatschappelijke verontwaardiging over de onveilige fabrieken en de nalatigheid van bekende kledingbedrijven was groot. Onder druk zette een groot aantal internationale merken hun handtekening onder het Bangladesh veiligheidsakkoord, dat moest zorgen voor verbeteringen in de textielindustrie.

Als PerspectieF, ChristenUnie-jongeren, wilden we weten in hoeverre bedrijven ook echt verbeteringen doorvoerden. Daarom bezocht een aantal leden zelf kledingfabrieken in Bangladesh om met eigen ogen te zien wat zich daar afspeelt. Helaas bleek kinderarbeid en uitbuiting nog steeds aan de orde van de dag. Nieuwe hoop verrees toen vorig jaar onder minister Ploumen vele bedrijven en organisaties samenkwamen onder het convenant Duurzame Kleding & Textiel. Maar uit het eerste jaarrapport blijkt dat het gros van de deelnemende bedrijven geen concrete plannen heeft om misstanden als kinderarbeid en moderne slavernij tegen te gaan.

Het verbaast ons dat er nog geen één grote keten heeft besloten om het op het gebied van eerlijke kleding radicaal anders te gaan doen. Het is een leugen dat kleding veel meer zou moeten kosten om te kunnen investeren in veilige fabrieken en eerlijke lonen. Bedrijven kiezen ervoor om hun ogen te sluiten voor de erbarmelijke omstandigheden in de keten en winstmaximalisatie centraal te stellen. Hoewel we het liefst zouden zien dat bedrijven zelf hun verantwoordelijkheid nemen, vinden we dat de maat vol is. Wij willen kleding die gemaakt is onder goede omstandigheden. De tijd van vrijwilligheid is voorbij, het is tijd voor Europese regelgeving.

Onze oproep is niet nieuw. Juist het Europees Parlement is gekomen met een ontwerpresolutie voor de kledingindustrie, waarbij traceerbaarheid en transparantie centraal staan. Een Europese wet zorgt voor een gelijk speelveld en impliceert dat alle bedrijven moeten voldoen aan een minimumstandaard. De macht om wetsvoorstellen in te dienen ligt echter niet bij het parlement, maar bij de Europese Commissie. Zij hult zich echter in stilzwijgen over dit onderwerp. Daarom richten we ons vandaag tot Frans Timmermans, die zowel als Nederlandse Eurocommissaris maar ook als vicevoorzitter van de commissie de macht bezit dit onderwerp op de agenda te krijgen.

Beste Frans Timmermans: als jongeren willen we aangeven dat de schrijnende situatie in de kledingindustrie ons persoonlijk raakt. Bedrijven hebben genoeg tijd gehad om het tij te keren. De politiek is aan zet om misstanden in de kledingindustrie middels bindende regelgeving aan te pakken. U kunt meer dan een steentje bijdragen aan het goede doel; u kunt de industrie revolutionair veranderen en het hoofdstuk van misstanden in de kledingindustrie eindelijk afsluiten.

Dit artikel verscheen op 20 december in het Nederlands dagblad en is geschreven door Leonie Schenkel, bestuurslid Politiek, en Jetske Gerkema, die namens PerspectieF naar Bangladesh is geweest.

Labels

« Terug