« Terug

Een drieluik over digitaal geld - deel 3: digitaal geld en de ChristenUnie

Banner nieuwsbericht.pngdonderdag 28 april 2022

Dit artikel maakt deel uit van een drieluik over digitaal geld en christelijke politiek. In dit deel: digitaal geld en de ChristenUnie.

Digitaal geld is upcoming: uit recentelijk onderzoek van de Rabobank en onderzoeksinstituut Nibud blijkt dat 27 procent van de Nederlandse jongvolwassenen geld heeft belegd in cryptomunten.[1] Hoewel veel mensen digitaal geld slechts zien als lucratief investeringsobject, doet dit het principe tekort. De ontwikkelingen die momenteel plaatsvinden in de digitale financiële sector in den brede, zullen op termijn zeer waarschijnlijk aanzienlijke gevolgen hebben voor de manier waarop mensen hun betalingen doen en geld sparen. Het is vanwege de potentieel grote maatschappelijke en economische impact van digitaal geld van groot belang dat de ChristenUnie als partij een heldere visie vormt op dit onderwerp.

Dit artikel is het derde en laatste deel in een drieluik over digitaal geld en christelijke politiek. In het eerste deel werd een aantal vraagstukken rondom digitaal centralebankgeld en specifiek de digitale euro besproken. De digitale euro leidt tot nieuwe vragen op het gebied van geopolitieke ontwikkelingen, digitale veiligheid en soevereiniteit.[2] In het tweede deel werd ingegaan op cryptogeld als de bekendere, decentrale tegenhanger van digitaal centralebankgeld. Hoe moet de Nederlandse overheid omgaan met cryptogeld: moet dit financiële systeem omarmd, gedoogd, ontraden of verboden worden? Hete hangijzers rondom ‘crypto’ zijn de toepasbaarheid op de lange termijn, het ontwrichtend maatschappelijk effect en de grote ecologische impact.[3]

De digitale financiële wereld die op het moment in aanbouw is, leidt tot nieuwe politieke vragen. Dit artikel probeert een antwoord op enkele van deze vragen te vinden vanuit de sociaalchristelijke ideologie. Het betreft specifiek: de dienstbare markt, de dienstbare macht, en rentmeesterschap. In de vorige twee delen heb ik gepoogd om met de nodige afstand de belangrijkste vraagstukken rondom digitaal geld te bespreken; dit laatste deel heeft echter een beduidend subjectievere insteek. Mogelijk zullen lezers het op bepaalde punten niet met me eens zijn. Dat is alleen maar goed, want hopelijk brengt dat een vruchtbare discussie op gang.

Een systeem van laag vertrouwen

Cryptogeld is een vorm van non-custodian geld, dat wil zeggen geld dat niet in beheer is bij een intermediair zoals een bank. Het geld zit in de digitale portemonnee (cryptowallet) van de eigenaar en alleen de eigenaar kan erbij via een wachtwoord. In die zin lijkt het op contant geld, dat door zijn fysieke vorm eveneens non-custodian is. Giraal geld en digitaal centralebankgeld zijn vormen van custodian geld.

In een maatschappij waarin contant geld in hoog tempo verdwijnt, neemt het bezit van non-custodian geld eveneens af. Crypto heeft deels tot doel om geld volledig in beheer van de eigenaren te brengen, die het vervolgens ook zonder tussenpartij naar een andere rekening kunnen overmaken. Anders gezegd: de behoefte aan cryptogeld komt ten dele voort uit wantrouwen richting banken, financiële instellingen en overheden. Dit wantrouwen is iets dat in alle facetten van crypto ingebakken zit. Het decentrale karakter maakt dat de munt ‘neutraal’ is en niet beheerd wordt door een economische machthebber. De grote mate van anonimiteit is een waarborg tegen economische surveillance. De beveiligingsmaatregelen maken dat de overheid niet zomaar cryptomunten kan confisqueren. De censuurbestendigheid van de blockchain zorgt ervoor dat er niet door een marktmeester met de beschikbare middelen gerommeld kan worden. En het niet-inflationaire karakter maakt dat een centrale bank niet de geldvoorraad kan uitbreiden. Met andere woorden, crypto zou ervoor moeten zorgen dat overheden en banken niet hun boekje te buiten gaan, omdat ze daartoe technisch niet in staat zijn.

Het is verstandig ons te bezinnen op waar deze drang naar een munteenheid van laag vertrouwen vandaan komt. Het is mijns inziens te eenvoudig om het feit dat mensen online non-custodian geld willen verhandelen, af te doen als de paranoia van een handjevol toetsenbordanarchisten. De actualiteit verraadt waardoor het financieel wantrouwen mogelijk gevoed wordt. Het afgelopen jaar doemden twee tekenen aan de wand op.

Het eerste voorbeeld vond plaats op Nederlandse bodem. In augustus 2021 werd wereldkundig dat onder meer de Rabobank en de Triodos Bank de bankrekeningen geblokkeerd hadden van organisaties die complottheorieën over corona verspreidden.[4] Dit betrof onder andere actiegroep Viruswaarheid en uitgeverij De Blauwe Tijger. De banken in kwestie wilden niet geassocieerd worden met groepen die zich schuldig maken aan het verspreiden van desinformatie. En Mollie B.V., verantwoordelijk voor het verwerken van donaties, beëindigde de samenwerking met evangelist Jaap Dieleman. Dit weren van klanten door banken is in zekere zin te vergelijken met het bannen van controversiële gebruikers op sociale media – het beruchte ‘deplatforming’. Sommige organisaties maakten sindsdien gebruik van cryptoplatforms om hun donaties te ontvangen. In enkele gevallen is achteraf door de rechter geoordeeld dat een bank de maatregel onwetmatig heeft ingezet.

Het tweede, recentere, voorbeeld houdt eveneens verband met corona. Begin dit jaar vond in Ottawa de wekenlange demonstratie van het ‘Freedom Convoy’ plaats, in de vorm van een stoet Canadese vrachtwagenchauffeurs die protesteerden tegen de beroepsmatige vaccinatieplicht. Het truckersprotest ging gepaard met chaos en grootschalige verstoring van het maatschappelijk leven in en rondom Ottawa. Via het online wervingsplatform GoFundMe was ongeveer tien miljoen Canadese dollar ingezameld voor de actie. Omdat de demonstratie de publieke orde in de Canadese hoofdstad verstoorde, besloot GoFundMe de crowdfunding stop te zetten, waarna het bedrijf aankondigde het opgehaalde geld aan goede doelen te doneren.[5] Na grote ophef zag GoFundMe af van dat laatste en werd in plaats daarvan het geld teruggestort op de rekening van de donateurs. Rond dezelfde tijd kondigde de Canadese premier Trudeau aan een nooit eerder gebruikte anti-terrorismenoodwet in te zetten tegen de demonstratie. Eveneens werd door de regering aangekondigd dat de zakelijke bankrekeningen en verzekeringen van vrachtwagenchauffeurs konden worden bevroren indien ze in verband met de protestactie gebracht konden worden. Canadese banken werd bovendien wettelijke toestemming gegeven om de samenwerking met bestaande klanten stop te zetten wanneer er verdenkingen zijn dat deze geld aan het truckersprotest gedoneerd hebben.[6] Bankrekeningen van zowel individuen en organisaties werden vervolgens op last van de overheid bevroren.[7] Ook werden 34 cryptorekeningen die met crowdfunding van het protest in verband gebracht waren ‘bevroren’, dat wil in dit geval zeggen dat het financiële instellingen verboden werd om het cryptogeld op deze rekeningen uit te keren in fiatgeld, oftewel in Canadese dollars.

De directe impact van deze twee voorbeelden is, in alle redelijkheid, beperkt. De rekeningen van Nederlandse organisaties die zich niet bezighielden met het verspreiden van desinformatie over corona, bleven onaangeroerd door de banken. Het overgrote merendeel van Canada heeft weinig op met het opruiende, maatschappij verstorende truckersprotest. De nette, gezagsgetrouwe Canadese burgers ondervonden door de noodwet geen hinder in hun betaalverkeer. Toch is er voldoende reden om deze incidenten niet te snel weg te relativeren.

Zo is bij beide incidenten een vorm van hybride commerciële-publieke handhaving toegepast die we nog niet eerder in die mate hebben gezien. Het komt wel vaker voor dat bankrekeningen door een bank gesloten worden, en doorgaans is dit vanwege betrokkenheid van de rekeninghouder bij witwassen of terrorismefinanciering. Terecht, want hiertoe hebben banken niet alleen de bevoegdheid, maar ook een wettelijke verplichting.[8] Echter, het op één lijn zetten van de financiering van coronadesinformatie en ontwrichtend verzet tegen coronamaatregelen met terrorisme (zoals de Canadese noodwet doet) is een kwalijke oprekking van het begrip terrorisme. Bovendien wordt hierbij aan commerciële banken een taakstelling toegekend die klassiek bij opsporingsinstanties belegd is. Het is een slechte ontwikkeling als de verantwoordelijkheid voor zowel financial intelligence over de eigen klanten als het mitigeren van ongewenste activiteiten bij banken belegd wordt. Zodra taken van overheidsinstanties en commerciële bedrijven met elkaar verweven raken, ontstaat er een gevaarlijk grijs gebied in het domein van publieke veiligheid.

Daarnaast vormt de mogelijkheid dat sociale dissidenten de toegang tot hun eigen rekeningen wordt ontzegd, in combinatie met een bijna historisch laag vertrouwen in de overheid, een zeer giftige cocktail. Bevolkingsgroepen van zeer laag vertrouwen, de zogenaamde afgehaakten, zullen bij meer van dit soort incidenten gevoed worden in hun ressentiment jegens het financiële systeem in zijn algemeenheid. In een wereld waarin contant geld als non-custodian betaalmiddel met een enorme vaart verdwijnt, zijn mensen immers teruggeworpen op pinnen en internetbankieren. Dit creëert voor burgers een ongekend sterke afhankelijkheid van banken voor de dagelijkse transacties. Het bevriezen en sluiten van bankrekeningen is een zwaar middel, en in het geval van natuurlijke personen iets dat verdere maatschappelijke ontheemding in de hand zal werken. Het gebrek aan non-custodian alternatieve betaalwijzen heeft daarbij een accelererende werking. Daarom is het niet meer dan begrijpelijk dat technisch onderlegde bevolkingsgroepen van laag vertrouwen cryptogeld onthalen als het betaalmiddel van de toekomst.

Drieluik 3 afbeelding 1

Afbeelding 1: Contant geld verdwijnt met rasse schreden uit de samenleving.

Het non-custodian gat

Het ligt niet voor de hand dat de vertrouwensbreuk tussen burger en overheid (en banken) gedicht kan worden door middel van algoritmische ingrepen – specifiek cryptogeld. Dat is erg technocratisch gedacht. De overheid omzeilen met een voor de overheid ontoegankelijke munt is niet meer dan een doekje voor het bloeden. Via internetregulering, hacken of confiscatie van servers en computers zullen overheden uiteindelijk toch wel cryptobetalingen aan banden kunnen leggen. Het is belangrijker om de kern van het probleem aan te pakken: het persistente maatschappelijk wantrouwen. Ik heb niet de illusie dat ik hier met één artikel de oplossing voor kan aandragen, maar ik meen wel dat er een voorzichtige stap in de richting van vertrouwensherstel kan worden gezet door de manier waarop we als maatschappij een rol geven aan digitaal geld.

Cryptogeld is dan wel voor veel doeleinden wel een middel van laag vertrouwen, de wens naar het behoud van non-custodian geld hoeft dat niet te zijn. Mijn inziens is het vanuit het oogpunt van soevereiniteit niet meer dan redelijk dat mensen in het digitale tijdperk nog steeds de mogelijkheid hebben om hun eigen geld op een non-custodian wijze te beheren. Het lijkt uitgesloten dat betalen met contant geld ooit weer zo gangbaar wordt als het in het verleden was, maar dat zou niet moeten betekenen dat mensen niet meer zonder tussenkomst van banken geld kunnen sparen of verhandelen. Immers, de digitale euro, hoewel volledig digitaal, zal namelijk ook volledig custodian zijn. De transacties van deze munt zullen op het netwerk van de Europese Centrale Bank (ECB) draaien en alle bankrekeningen van de digitale euro worden direct afgenomen bij de ECB. Door de marginalisatie van contant geld en het gebrek aan digitale alternatieven wordt cryptogeld daarom door veel mensen gezien als hét middel dat het ontstane non-custodian gat zou kunnen opvullen.

De oorlog tussen Rusland en Oekraïne laat trouwens nog eens heel concreet de toepassing van cryptogeld in onzekere tijden zien. Oekraïne maakt dankbaar gebruik van ingezameld cryptogeld voor de financiering van zijn gevechtstroepen en voor medische hulpmiddelen. Op 9 maart 2022, twee weken na het uitbreken van de oorlog, maakte de plaatsvervangend minister van digitale transformatie bekend dat Oekraïne al een kleine 100 miljoen dollar aan donaties in cryptogeld had ontvangen.[9] Ook zetten veel vluchtende Oekraïners hun geld om in cryptomunten, omdat deze locatieonafhankelijk besteed kunnen worden zonder afhankelijkheid van de Oekraïense bank.[10] Hierbij moet de kanttekening geplaatst worden dat cryptogeld Rusland tegelijkertijd een middel biedt om de impact van de financiële sancties vanuit het westen te mitigeren. Er is een precedent: Al in 2018 spraken Rusland en Iran af om cryptomunten te gebruiken als betaalmiddel voor onderlinge handel, om zo de Amerikaanse dollar te omzeilen.[11]

Drieluik 3 afbeelding 2

Afbeelding 2: Oekraïne zamelt via Twitter cryptogeld in.

 Is de manier waarop crypto nu ingericht is, dé oplossing voor het gemis aan contant geld? Naar mijn mening: Nee, maar het wijst ons mogelijk wel in de juiste richting.

 De dienstbare markt en soevereiniteit

Het is inherent aan de cryptomarkt dat deze geen marktmeester kent. Dit ingebakken gebrek is een paardenmiddel tegen dictatuur, doch één met zeer schadelijke neveneffecten. De koersen van cryptogeld zijn heel volatiel, en dat brengt eenvoudigweg veel financiële onzekerheid teweeg. De oorlog laat niet alleen het nut van crypto zien, maar ook de risico’s. Zo belandden de koersen van de prominentste cryptovaluta’s in een aanzienlijke dip kort nadat Rusland Oekraïne binnenviel.[12] Zoals ik in het vorige deel toegelicht heb, heeft cryptohandel een potentieel ontwrichtende werking en zijn vooral de jongeren die hun spaargeld erin investeren vatbaar voor het verslavende effect van het spel. Er is eenvoudig geld mee te verdienen, maar het is evengoed mogelijk dat de jonge investeerder zijn inzet ziet verdampen.

Het huidige systeem is een complex casino dat grote winnaars en grote verliezers kent. Het cryptodomein, dat soms wordt geframed als een financiële revolutie van de ongehoorden, is in werkelijkheid een speelveld dat wordt beheerst door kapitaalkrachtigen uit Silicon Valley. Net als in een echt casino geldt: ‘the house always wins’. Er worden smerige spelletjes gespeeld door grootbezitters: via zogeheten ‘pump-and-dump’-technieken worden koersen gemanipuleerd om overenthousiaste traders hun munten met grote verliezen te doen verkopen.[13] Een grotere cryptomarkt zal onder de huidige omstandigheden betekenen dat er meer financiële ongelijkheid ontstaat.

 De beginselverklaring van ChristenUnie stelt het volgende:

“De overheid schept randvoorwaarden voor een dienstbare markt. Een goede markt draait niet om groei, om altijd meer. Een goede markt is niet gebaseerd op maximale exploitatie van werknemers. Een goede markt draait om de bloei van mensen. […] De overheid ordent de markt, zodat die tot haar bestemming kan komen. Wanneer de markt de samenleving gaat domineren of als marktpartijen hun macht misbruiken, grijpt de overheid als marktmeester in.”[14]

De marktmeester heeft een dienstbare taak: het tegengaan van financiële ongelijkheid en uitbuiting. De cryptomarkt, een markt zonder marktmeester, zal meer financiële scheefgroei veroorzaken. Wat dit betreft is de digitale euro een stuk stuurbaarder dan cryptovaluta’s. Toch is de ideologie achter crypto als digitale non-custodian munt helemaal zo gek nog niet. De kracht van cryptogeld schuilt mijns inziens in het feit dat het geen betaalmiddel is, maar juist een ruilmiddel. Ook al is het geen geld, het vertegenwoordigt wel bezit. Cryptovaluta’s zouden in Europa dan ook geen officieel betaalmiddel moeten worden zoals in El Salvador nu het geval is. God verhoede dat bitcoin en ethereum de euro en de dollar vervangen. Het zou de overheid onmogelijk worden gemaakt om een dienstbare markt te bewerkstelligen! Tegelijkertijd is het logisch dat mensen hun geld in ieder geval gedeeltelijk eigenstandig willen kunnen beheren, zonder daarbij afhankelijk te zijn van commerciële of centrale banken. Ik denk dat de grote uitdaging wordt om de twee ogenschijnlijk botsende werelden samen te brengen. Hoe kunnen we in het digitale tijdperk een dienstbare, stuurbare, markt creëren, zonder de burger zijn financiële soevereiniteit te ontnemen?

Subsidiariteit en dienstbare macht

Naast de dienstbare markt is ook de dienstbare macht een kernachtig onderdeel binnen het sociaalchristelijk denken. Dienstbare macht betekent dat de overheid de burger zijn noodzakelijke vrijheden geeft, terwijl ze tegelijkertijd recht doet en de kwetsbaren in bescherming neemt. De overheid heeft een verantwoordelijkheid naar de burger toe, maar moet voor haar taakuitvoering geen zwaardere middelen inzetten dan strikt noodzakelijk. Dit is het principe van subsidiariteit.

Geïnspireerd door het Canadese handelen in het truckersprotest schreef Tablet Magazine het volgende: “What happens when a government is no longer required to do the very difficult, friction-filled work of finding people, writing tickets, arresting them, charging them, granting them due process, obtaining convictions, and jailing the guilty? When the government can bring a person’s practical participation in society to a standstill with the push of a button, it becomes silly to even talk about individual rights or due process. In the face of this new kind of push-button power, exercised at the whim of the governing party with zero legal oversight, individuals can simply be deleted from the system—even if, technically speaking, they are never charged with or convicted of a crime.”[15]

De mogelijkheid tot het met één druk op de knop financieel vleugellam maken van mensen is een stille, maar zeer precaire ontwikkeling. De digitale revolutie van de afgelopen dertig jaar heeft overheden en banken de mogelijkheid gegeven om – zoals in Canada gebeurde – het vermogen van burgers nagenoeg volledig te bevriezen zonder dat er een rechter aan te pas komt. Zoals ik eerder in dit artikel benoemde, meen ik dat daarnaast de hybride commerciële-publieke handhaving door commerciële banken een gevaarlijke ontwikkeling is. Het is uiteraard belangrijk dat de autoriteiten genoeg bevoegdheden hebben om financiële criminaliteit, terrorismefinanciering en witwaspraktijken te bestrijden, en in bepaalde gevallen is het goed verdedigbaar dat bankrekeningen bevroren worden. Echter, het is fundamenteel dat maatregelen door de juiste instanties uitgevoerd worden, dat dit met de juiste checks and balances plaatsvindt en dat de rechtspraak niet buitenspel gezet wordt. Een optie waarin een burger door een bank financieel gesaboteerd kan worden is niet secuur, en niet subsidiair. In het systeem dat we voor onze ogen vorm zien krijgen is de rol en de verantwoordelijkheid van de banken dan ook te groot. Het is van belang dat de positie van de commerciële banken in het financiële domein verkleind wordt en er een duidelijkere scheiding der machten komt (aangezien banken de facto ook een ‘macht’ zijn).

We moeten idealiter toe naar een systeem waarin de burger niet meer ál zijn geld bij de bank in beheer geeft. Wat vroeger contant geld was, of daarvoor nog goud, zou nu een digitale vorm van geld kunnen zijn. De potentiële push-button inbreuk op de financiële autonomie van een burger wordt hiermee drastisch verlaagd. Om de vertrouwensbreuk tussen burger en overheid te dichten, is het noodzakelijk dat de overheid de eerste stap zet en de burger de mogelijkheid geeft om zelfstandig zijn geld te blijven beheren. Of dit nu in fysieke of digitale vorm is, de burger heeft recht op zijn eigen portemonnee. Alleen als deze mogelijkheid geborgen blijft, en als de taakverdeling tussen opsporingsinstanties, (commerciële) banken en de rechterlijke macht zuiver gescheiden blijft, kan er daadwerkelijk sprake zijn van dienstbare macht in het financieel domein.

Rentmeesterschap

Een derde, ietwat afwijkend, punt dat ik graag wil bespreken in de context van de digitale economie is het klassiek christelijke begrip rentmeesterschap. Zoals ik reeds heb benoemd in mijn vorige artikel: Bitcoin is onzuinig. Erg onzuinig. Het opwekken, ‘cryptominen’, van deze munt kost wereldwijd op jaarbasis meer energie dan heel Nederland verstookt. Nu is het zo dat op een gegeven moment alle 21 miljoen bitcoin opgewekt is en het energieverbruik drastisch zal afnemen, maar dit punt is nog niet bereikt. Bovendien, mocht bitcoin ooit uit de gratie vallen, dan is het goed mogelijk dat een even energie-onzuinig alternatief opduikt. Ook de cryptotransacties hebben door hun energieverbruik een forse ecologische impact. Het is zeer onverstandig dat hier nog geen duidelijke richtlijnen voor zijn. Die moeten er snel komen.

Vanuit het oogpunt van rentmeesterschap is het wenselijk dat er regulering komt op het energieverbruik van cryptomunten. Mijns inziens moet Nederland samen met heel Europa de koers van Zweden volgen, en cryptominen vanaf Nederlandse digitale infrastructuur verbieden. De ecologische impact is eenvoudigweg veel te groot. Een lastiger vraagstuk is hoe om te gaan met cryptominen in het buitenland. Het is eenvoudig om vanuit Nederland een virtuele server in een ander continent te huren en aldaar te mijnen. In theorie zou ook dit strafbaar gesteld kunnen worden, maar dit is wel lastiger te handhaven. Dit soort ingrepen vereist consistent beleid. Een logisch gevolg van het verbieden van cryptominen is dat handel in munten die gemijnd moeten worden, zoals dus bitcoin, ook verboden moet zijn.

Daarnaast zijn verdere maatregelen noodzakelijk om de impact van cryptogeld op het ecosysteem in te perken. Hierbij valt te denken aan het invoeren van ecologische standaarden waaraan digitale munten in algemene zin moeten voldoen, en het heffen van hogere belasting op onzuinige cryptomuntendan wel het algeheel verbieden daarvan. In het coalitieakkoord van Rutte IV staat het voornemen om een toezichthouder voor algoritmen aan te stellen.[16] Mogelijk zou het toezicht op de ‘ecologische impact’ van algoritmen een onderdeel van diens takenpakket kunnen uitmaken.

Een voorzichtige aanzet voor een oplossing

In dit artikel heb ik drie sociaalchristelijke begrippen aangehaald, die in relatie tot digitaal geld op het eerste oog moeilijk te verenigen zijn. Dit zijn de dienstbare markt (en soevereiniteit), de dienstbare macht (en subsidiariteit), en rentmeesterschap. Ik pretendeer niet de volmaakte manier gevonden te hebben waarop deze uitgangspunten samen kunnen komen in de vorm van digitaal geld, maar ik zou (in alle nederigheid) wel een idee in de week willen leggen over de maatschappelijke rol die de overheid cryptovaluta’s kan toedichten.

De cryptomarkt is volatiel en brengt financiële ongelijkheid teweeg. Tegelijkertijd is het wel belangrijk dat mensen toegang blijven hebben tot een non-custodian vorm van geld, wat met het verdwijnen van contant geld steeds minder het geval is. Idealiter zou er dus een vorm van cryptogeld uitgebracht moeten worden die wél onder een marktmeester staat. Dit ‘geld’ zou geen parallelle economie moeten vormen met de officiële munteenheid (de euro), maar juist als een ruilmiddel moeten dienen dat altijd in een gelijk bedrag in euro’s omgezet kan worden. De ECB zou als niet-commerciële bank verantwoordelijk kunnen zijn voor het uitgeven van dit ruilmiddel. Het verschil met de digitale euro is dat geen bankrekening is vereist om deze munt te besteden of te sparen. Het resultaat is een hypothetische digitale stablecoin, uitgegeven en ondersteund door het eurofonds, maar in beheer bij de bezitter. Oftewel: Contant geld, maar dan digitaal. Laten we dit de hypothetische ‘crypto-euro’ noemen. De crypto-euro bestaat (nog) niet, maar ik zou willen stellen dat een dergelijk initiatief wel degelijk bestaansrecht heeft.

Deze ‘munt’, die eigenlijk een digitale tegoedbon voor één euro is, is niet overgeleverd aan de grillen van de vrije cryptomarkt, omdat hij uitgegeven wordt door de overheid. De bitcoin laat zich voorstaan op zijn schaarste, maar van schaarste is nog lang geen sprake zolang er duizenden alternatieven op bitcoin zijn. Dit maakt dat bitcoin in het huidige systeem niet in staat is de economische inflatiedrift te beteugelen – een principe dat deel uitmaakt van de ideologische grondslag van bitcoin. Schaarste is hoe dan ook niet aan de orde zolang iedereen zijn eigen cryptomunt op de markt kan brengen. Een door de overheid uitgegeven crypto-euro lijkt een effectiever middel om de markt, en daarmee inflatie, bij te sturen. Toegegeven, ook de overheid is (zeer merkbaar) beperkt in haar mogelijkheden tot terugdringen van inflatie, maar de oplossing voor hyperinflatie is niet om dit probleem aan de vrije markt over te laten.

Verder heeft de ontwikkelaar, de overheid, er belang bij om de ecologische impact van de transacties van de crypto-euro zo laag mogelijk te houden. Een voordeel is dat er bij deze munt geen sprake is van cryptominen, omdat elke munt als stablecoin gedekt wordt door één euro – het geld hoeft en kan niet door gebruikers opgewekt te worden.

Conclusie

We moeten waken voor een verdere toename van financiële ongelijkheid en doorgaande ontmenselijking van de markt als gevolg van digitaal geld. Daarom is het goed de zoektocht te stimuleren naar een oplossing die de mooie aspecten van crypto-technologie overneemt zonder dat het een anarchistische vrijmarkt schept. Sociaalchristelijke principes als de dienstbare markt, de dienstbare macht en het rentmeesterschap zijn goede uitgangspunten voor de digitale economie die zich as we speak ontwikkelt. Ik doe daarbij met de hypothetische crypto-euro als stabiel ruilmiddel een voorzichtige aanzet voor een oplossing, zonder te pretenderen dat dit dé oplossing is. Het gaat me louter om een denkrichting. Sowieso lijkt het me van groot belang dat economische digitalisering politiek hoog geagendeerd wordt, omdat de transitie reeds in volle gang is – of wij als ChristenUnie hierin nu meebewegen of niet.