Jongeren en politiek; een onmogelijke combinatie?

zondag 11 juli 1999 00:00

Opinieartikel verschenen in: Friesch Dagblad

Johannes de Jong, Douwe Keegstra

Er is het afgelopen jaar veel, heel veel gesproken over de geringe betrokkenheid van jongeren bij de politiek. Steeds opnieuw worden we geconfronteerd met een extreem lage opkomst onder jongeren bij recente verkiezingen. Daarnaast worden ook steeds minder jongeren lid van een politieke jongerenorganisatie.

Om deze negatieve trend te doorgronden is het belangrijk om ons te verdiepen in de oorzaken van deze desinteresse in politiek. Hiervoor zijn verschillende verklaringen aan te geven. Op het eerste gezicht is de belangrijkste reden pure onverschilligheid. ,,het gaat te goed in Nederland" is een veelgehoorde klacht. ,,Jongeren zijn nergens voor te porren". Inderdaad hoor je van veel jongeren dat politiek niet interessant is en dat het hun niet kan schelen wie er regeert. Wat is de achtergrond van deze onverschilligheid? Zijn de jongeren nu werkelijk slechter en/of onverschilliger dan vroeger? Als je zoiets stelt is dat wel aanmatigend, daarom proberen we wat dieper te boren. De jongeren zijn opgegroeid in een samenleving, waarin het individualisme steeds meer voorop staat. Dit proces van individualisering kan tot gevolg hebben dat men zich minder betrokken voelt bij verschillende maatschappelijke organisaties, waaronder politieke partijen. Kan deze bedreiging voor de toekomst van onze democratie in Nederland nog worden tegengegaan? Er zijn volgens ons toch nog diverse mogelijkheden om de betrokkenheid van de jongeren te vergroten.

De jongeren moeten duidelijk kunnen kiezen voor een niet-onverschillige houding. Een alternatief moet voldoende aantrekkelijk zijn. Dat politiek ook leuk en interessant kan zijn is op dit moment zo’n beetje het best bewaarde geheim van Nederland. De politiek werkt dat op dit moment ook in de hand. Bij volwassenen en jongeren heeft dit kabinet volledig het vertrouwen verloren. Het beeld bij jongeren van de huidige politiek is dat men uitsluitend geïnteresseerd is in de eigen leuke baantjes en geen enkel oog had voor het landsbelang wordt keer op keer bevestigd. Onverschilligheid tegenover de burgers vanuit de politiek versterkt de politieke desinteresse onder jongeren. Politici die moed tonen (Wiegel) of voor hun principes uitkomen zijn een begin van meer betrokkenheid van jongeren. Is het daarom niet beter dat dit kabinet eerder opstapt? Maar om werkelijk iets te doen aan het vergroten van de betrokkenheid bij de politiek is meer nodig.

Volwassenen die klagen over de desinteresse onder jongeren voor de maatschappij kunnen ook eens bij zichzelf te rade gaan hoe zij tegenover de maatschappij staan. Wordt een maatschappelijke betrokkenheid aangemoedigd of wordt er alleen maar in denigrerende zin over de politiek gesproken? Een veelgehoorde one-liner bij volwassenen: ‘politici zijn alleen maar zakkenvullers!’ Onzin natuurlijk, vooral als je het salaris van de politici vergelijkt met wat in het bedrijfsleven gebruikelijk is. Een dergelijke houding kan eerder worden opgevat als een signaal van frustratie over de geringe invloed van een enkel individu. Een constructieve aandacht voor de politiek zal jongeren meer aanspreken. Duidelijk is dat voor politieke betrokkenheid een positieve bijdrage van het thuisfront belangrijk is.

Het aanmoedigen van betrokkenheid betekent ook dat maatschappelijke organisaties en kerken de jongeren wijzen op een politieke verantwoordelijkheid tegenover de maatschappij. In het bijzonder geldt dit voor de kerken die de opdracht krijgen: ,,Laat zo uw licht schijnen voor de mensen..’’ en ,,Ook steekt men geen lamp aan en zet haar onder de korenmaat’’ (Math. 5:13-16). De christelijke politiek kan dat Licht alleen uitdragen als de christelijke organisaties haar leden op de plicht wijzen het Licht uit te dragen in de hele maatschappij. In die zin kunnen kerken en christelijke politiek niet zonder elkaar. Daarnaast hebben de christelijke organisaties ook behoefte aan een politiek klankbord voor haar maatschappelijke acties (bijv 24 u. economie). De meeste politieke jongerenorganisatie zijn tegenwoordig gewoonweg te klein om de jongeren voldoende te kunnen bereiken. Daarom hebben ze vanuit de maatschappelijke organisaties en kerken een steuntje in de rug nodig.

De Commissaris van de Koningin in Fryslân noemde de huidige houding tegenover de maatschappij een ‘democratie a la carte’. Als dat zo is mag van de scholen verwacht worden dat ze de hele menukaart aan hun leerlingen laten zien. Als er veel keuze mogelijk is wordt het ook aantrekkelijker om te kiezen. Zo zou bij het onderdeel staatsinrichting gewezen wordt op het bestaan van politieke jongerenorganisaties om de politiek een stuk dichterbij te brengen. Iedere politieke jongeren organisatie is wel bereid de scholen van materiaal te voorzien, een telefoontje is vaak al voldoende.

Het aanbieden van het hele menu betekent ook dat niet alleen de vijf grote en middelgrote partijen behandeld worden maar dat ook andere partijen zoals de SP, GPV, RPF en SGP onder aandacht gebracht worden. In een democratie is het vanzelfsprekend dat alle partijen op gelijkwaardige basis behandeld worden.

Daarnaast moeten de verschillende politieke jongerenorganisaties er zelf voor zorgen dat hun leden leren hoe zij met hun ideeën de politiek kunnen benaderen, zo is democratie ‘a la carte’ mogelijk. Dat betekent concreet dat de leden duidelijk gemaakt wordt op welke wijze de politieke besluitvorming tot stand komt, welke taken en bevoegdheden volksvertegenwoordigers hebben, wat jouw mogelijkheden zijn om de politiek te bereiken, hoe er met de media gesproken moet worden etcetera. Als leden met hun ideeën in een politieke jongeren organisatie aan de slag gaan zullen ze al snel tot de ontdekking komen dat ieder onderwerp met tien andere verbonden is. En dat je over het geheel een mening moet ontwikkelen. Dan kom je ook weer terug op het eerste punt. Alleen die politiek die er in slaagt een helder, concreet en principieel geluid uit te dragen, is in staat jongeren aan zich te binden.

Tot slot is het aan de politieke jongerenorganisaties om zich ook buiten de gevestigde bolwerken op hogescholen en kerkelijke groeperingen zich bekend te maken. Dit kan door bijv. via workshops in scholen en jeugdwerk iets uit te gaan leggen over de eigen visie op de politiek. Met dit laatste hebben de RPF-jongeren Fryslân goede ervaringen. Jongeren zijn niet altijd zo onverschillig als zich voordoen.

Johannes de Jong en Douwe Keegstra zijn bestuursleden van de RPF-jongeren afdeling Fryslân.

« Terug

Reacties op 'Jongeren en politiek; een onmogelijke combinatie?'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.