PerspeX

De PerspeX is het verenigingsblad van PerspectieF, ChristenUnie-jongeren. Het magazine verschijnt vier keer per jaar. Abonnees en leden krijgen de PerspeX per mail, of, op verzoek, per post toegestuurd. (Ik zou hier een iets sprankelendere tekst van maken!)

Columns PerspeX

Meer Bèta kennis in de politiek Nederland

Draden serverdinsdag 19 februari 2019 14:48 “En een auto die snel rijdt, vervuilt natuurlijk per definitie minder, want die is sneller op zijn bestemming.” Nadat Mark Rutte door een journalist met deze uitspraak werd geconfronteerd, gaf hij direct toe dat dit een redenatie is die enkel door een alfa kan worden bedacht. Grappig, maar de uitspraak is wel tekenend voor het gebrek aan bètakennis in de politiek. lees verder

43 Minuten racen door de poldersavanne (longread)

vrijdag 01 februari 2019 15:25 Sinds november, toen het MC Zuiderzee ziekenhuis in Lelystad zijn deuren sloot, is het dichtstbijzijnde ziekenhuis officieel 43 minuten verwijderd van het vissersdorp Urk. Dit is twee minuten minder dan de landelijke norm, dus wordt er geen haast gemaakt met een oplossing. Waar klagen we eigenlijk over. Dit is nog altijd veel beter dan bijvoorbeeld in Afrika. Toch? lees verder

Columns PerspeX kopie

Meer Bèta kennis in de politiek Nederland

Draden serverdinsdag 19 februari 2019 14:48

“En een auto die snel rijdt, vervuilt natuurlijk per definitie minder, want die is sneller op zijn bestemming.” Nadat Mark Rutte door een journalist met deze uitspraak werd geconfronteerd, gaf hij direct toe dat dit een redenatie is die enkel door een alfa kan worden bedacht. Grappig, maar de uitspraak is wel tekenend voor het gebrek aan bètakennis in de politiek.

Recentelijk is de aandacht in politiek Nederland voor de bètasector en het technisch onderwijs toegenomen. De reden: het grote aantal vacatures voor bètaberoepen die bedrijven maar niet ingevuld krijgen. Te weinig jongeren schrijven zich in voor een technische opleiding. Om een impuls te geven aan het keren van deze ontwikkeling heeft het huidige kabinet 100 miljoen euro beschikbaar gesteld voor het technisch vmbo.

Bij veel thema’s waarop de politiek directe invloed uitoefent speelt bètakennis een grote rol, zoals duurzaamheid, verkeer en digitalisering. Dit terwijl de politiek doorgaans aangedragen wordt als een a-technische wereld. Dit begint al in het voortgezet onderwijs waarin het vak maatschappijwetenschappen het beste in een vakkenpakket met geschiedenis en economie te passen. Het wordt in mindere mate gekozen door leerlingen die voor natuur- en scheikunde gaan. De studenten die rondleidingen geven op het Binnenhof voldoen enkel aan de functie-eisen voor dit bijbaantje als ze iets in de trant van geschiedenis of bestuurskunde studeren. Vanuit dit kader dragen zij hun enthousiasme over. Zo komen technisch opgeleide mensen minder gemakkelijk het politieke wereldje binnen. Dit is jammer, aangezien ieder vakgebied te maken krijgt met politieke besluiten, regelgeving of inmenging. Ook de ICT’er, de levensmiddelentechnoloog en de elektrotechnicus.

Bij het ontbreken van bètakennis onder politici worden eerder genoemde thema’s onvoldoende vanuit een bètabril bekeken. Bij het beoordelen van een dossier worden politici geadviseerd door medewerkers en lobbygroepen, maar zij zijn het zelf die de beslissingen nemen, een stem uitbrengen en het advies beoordelen vanuit hun eigen kennis en kaders.

Is er genoeg diversiteit?

Daarom is het opvallend dat als je kijkt naar de samenstelling van de Tweede Kamer er nauwelijks bèta’s te bespeuren zijn. Kamerleden die in hun studententijd een exacte wetenschap hebben bestudeerd zijn – afhankelijk van de definitie – op één of twee handen te tellen, en van de bewindspersonen heeft enkel Eric Wiebes een bètastudie afgerond; werktuigbouwkunde met afstudeerrichting energievoorziening. Dit staat in geen verhouding tot de proportie politici met een kennisachtergrond in de gammawetenschappen, zoals rechten en economie.

Bij verkiezingen is er in het publieke debat aandacht voor hoe de samenstelling is van een kabinet, kandidatenlijst of gemeenteraad. Die aandacht gaat in veel gevallen uit naar kenmerken als geslacht, woonplaats of leeftijd. De kennis die de politicus in kwestie meebrengt komt echter weinig ter sprake. Voor effectieve en adequate besluitvorming is een divers kennispalet hard nodig.

Dankzij het beschikbaar gestelde geld voor het technisch vmbo is er een begin gemaakt met een oplossing voor de ontbrekende bètakennis. Met enkel het beschikbaar stellen van geld zijn we er niet. Daarvoor is een veranderende mindset bij politici en de rest van de samenleving nodig.

43 Minuten racen door de poldersavanne (longread)

vrijdag 01 februari 2019 15:25

Sinds november, toen het MC Zuiderzee ziekenhuis in Lelystad zijn deuren sloot, is het dichtstbijzijnde ziekenhuis officieel 43 minuten verwijderd van het vissersdorp Urk. Dit is twee minuten minder dan de landelijke norm, dus wordt er geen haast gemaakt met een oplossing. Waar klagen we eigenlijk over. Dit is nog altijd veel beter dan bijvoorbeeld in Afrika. Toch?

Dit najaar had ik de eer om stage te mogen lopen in het buitenland. Als vijfdejaars student geneeskunde mocht ik zes weken lang meedraaien in een regionaal ziekenhuis in Tanzania, vaak terug te vinden in de top 10 van de armste landen in de wereld. Het ziekenhuis in kwestie was het Machame Lutheran Hospital op de voet van de Kilimanjaro. Het ziekenhuis wordt gefinancierd door de plaatselijke Lutherse kerk, opgericht door Duitse zendelingen. Het ziekenhuis heeft onder andere: een huisartsenpost/spoedeisende hulp, een verloskundeafdeling met capaciteit voor 30 patiënten en meerdere operatiekamers met vooral een uitstekende orthopedieafdeling. Het ziekenhuis biedt zorg aan een grote regio en heeft zelfs een tweetal kleine klinieken in de afgelegen gebieden, zodat iedereen de zorg dicht in de buurt heeft. Dat is belangrijk, aangezien wegen in de buitengebieden van modder zijn en veel mensen niet beschikken over een gemotoriseerd vervoersmiddel. Ze hebben het daar goed begrepen: de zorg moet goed bereikbaar zijn.

Zo verbaasd als ik was over hoe goed dit ziekenhuis was voor de locatie, zo ontgoocheld was ik toen ik terugkeerde naar mijn geboorteplaats Urk. Twee weken voor ik terugkwam was het dichtstbijzijnde volwaardige ziekenhuis, het MC Zuiderzee in Lelystad, failliet verklaard. Niet eens voor het eerst, gezien het IJsselmeerziekenhuis in Emmeloord in 2008 ook al failliet ging. Als toekomstige dokter dacht ik dat het volstrekt logisch is dat het MC Zuiderzee in Lelystad minstens met een vergelijkbaar zorgaanbod zou doorstarten. De idealistische dokter in me kwam bedrogen uit. Volgens de recente berichtgeving zal het St. Jansdalziekenhuis in Lelystad enkel poliklinische zorg gaan leveren. Er komen wel spoedpoliklinieken, wat erop neerkomt dat je nog steeds naar een ander ziekenhuis moet, mocht je echt iets ernstigs hebben. Geen operatiekamers, geen verpleegafdelingen en voornamelijk: geen spoedeisende hulp en acute verloskunde. Het Antonius ziekenhuis in Emmeloord zal de zorg ook iets uitbreiden, maar de bovenstaande cruciale zorg zal ook daar niet geleverd gaan worden. Er komt wel een ambulancepost op Urk, waarvan de ambulance alleen Urk zal gaan bedienen om zo de aanrijtijd te verminderen.

Wat is er nou eigenlijk aan de hand? Ik snap dat we gekozen hebben voor marktwerking in de zorg en dat ziekenhuizen failliet gaan. Je zou toch zeggen dat de overheid wel garant wil staan voor de zorg als bepaalde buitengebieden geen zorgdekking zouden hebben. En gelukkig las ik dat dat ook zo is! Er bestaat namelijk een norm voor dit probleem. Een patiënt moet met een ambulance met spoed binnen 45 minuten bij een ziekenhuis met spoedeisende hulp kunnen zijn. Wat blijkt er nou helaas het geval te zijn: het Isalaziekenhuis in Zwolle is volgens de officiële (en overdreven optimistische) berekeningen 43 minuten van Urk verwijderd, wat dus binnen de norm valt. Zo, hokje afgevinkt en we laten de markt verder met rust. Ik wil pleiten om het aantal minuten naar het dichtstbijzijnde getal deelbaar door 5 af te ronden. Als we ons toch krampachtig gaan vasthouden aan arbitraire getallen.

De onderbouwing voor deze norm is sowieso onduidelijk. Is er hierbij naar medische noodzaak gekeken of naar wat haalbaar was met de toenmalige zorgdekking? Urker verloskundigen hebben berekend dat de langere afstand naar een verloskundeafdeling in een paar jaar tijd zes baby’s en één moeder het leven zou kosten. Het geboortegetal op Urk is namelijk hoog; er worden rond de 400 kinderen per jaar geboren. Dit zou toch zwaar moeten pleiten voor de waarborging van acute verloskunde in Lelystad? En dan spreken we nog niet eens over alle patiënten met hartinfarcten, beroertes en longembolieën, die pas een specialist onder ogen krijgen na op z’n minst 43 minuten.

De overheid laat de verantwoordelijkheid te makkelijk van zich af glijden door een arbitraire norm. Het idee van de aanrijtijdnorm was dat de zorgdekking voor ieder gebied gewaarborgd blijft. Als de zorgdekking in het gedrang raakt, zou zo’n norm niet als keiharde afkapwaarde moeten worden gehandhaafd, maar als graadmeter van in welke mate zorg van goede kwaliteit in het gedrang is. Dus op 2 minuten na onacceptabel.

Ik weet ook wel dat de zorg in Nederland honderd keer beter is dan die in Tanzania, maar als de toegankelijkheid van essentiële zorg in het gedrang komt, zal dat de markt weinig kunnen schelen. In Tanzania wordt de zorg tenminste niet als markt, maar als essentiële voorziening gezien. In Nederland durft de overheid niet garant te staan voor diezelfde voorziening vanuit een angst om zich teveel met die markt te bemoeien. Ik hoop dat u die verbazing wel snapt.

Daarom hoop ik dat minister Bruins de verantwoordelijkheid neemt om de toegankelijkheid van de zorg te garanderen; voor Urk en voor de Noordoostpolder. Of moeten de vele kerken op Urk straks net als in Tanzania de zorg weer voor rekening gaan nemen?