Duurzaamheid

Duurzaamheid gaat over een balans vinden tussen ‘people’, ‘planet’ en ‘profit’. Vanuit christelijk perspectief kan duurzaamheid worden geïllustreerd door het figuur van de rentmeester. Deze figuur vinden we terug in het Nieuwe Testament. Het gebruikte begrip hier is ‘oikonomos’, wat doelt op een goed beheer van ons huis, in dit geval de aarde. God roept ons op om als goed beheerders om te gaan met de aarde. Volgens PerspectieF staat de beschermwaardigheid van de schepping centraal. Dit betekent dat we rekening houden met de randvoorwaarden die de natuur aan het menselijke en economische gebruik stelt. Dat vraag om een constante agendering van begrippen als rechtvaardigheid en zorgvuldigheid, omdat deze dikwijls op gespannen voet staan met huidige maatschappelijke tendensen van ongebreidelde vooruitgang, consumentisme, economisering en hebzucht.

Hier staan de standpunten van PerspectieF rondom dit thema.

  • Klimaat, milieu en energie

    Op het gebied van milieu en klimaat wordt er in de EU gewerkt aan een geïntegreerde aanpak van waterkwaliteit, het behouden van biodiversiteit, het terugdringen van CO2-uitstoot en andere broeikasgassen, het klimaatneutraal maken van steden, bodemkwaliteit en afvalmanagement. Hiervoor moet de aanwezige kennis in de verschillende lidstaten gedeeld worden en moet waar mogelijke een gezamenlijke Europese aanpak gezocht worden. Het klimaatakkoord van Parijs geeft hiertoe een aanzet door de ambitie om de temperatuurstijging te limiteren tot maximaal 1,5 graden Celsius.

    Wat betreft energiebeleid moet volop worden ingezet op een duurzame energietransitie. Alle mogelijke middelen moeten ingezet worden om de opwekking van duurzame energie uit wind, waterkracht, zonne-energie, biomassa en aardwarmte te stimuleren. Nieuwe kolencentrales moeten snel verleden tijd zijn, de kolencentrales die er zijn moeten op den duur verdwijnen en er moeten omvangrijke investeringen gedaan worden in technologische innovatie om in de toekomst ook niet meer afhankelijk te zijn van kernenergie. Vanuit de EU moet er beleid komen dat de burger stimuleert om zelf groene stroom op te wekken. Op de korte termijn moet er ruimte zijn voor de minst vervuilende bronnen van energie

  • Duurzaam energiebeleid

    Het doel van de Nederlandse regering, in navolging van Europees beleid, is om 20 % van de energieconsumptie in Nederland in 2020 afkomstig te laten zijn uit duurzame bronnen. Daarnaast is de ambitie gesteld om 2 % energie per jaar te besparen. Nederland heeft echter nog een lange weg te gaan en de huidige prognoses zijn zorgwekkend. Vreemd genoeg investeert de overheid maar al te graag in kernenergie om haar CO2-uitstoot te reduceren, terwijl onderzoek uit wijst dat het verminderen van CO2-uitstoot op nationaal niveau door een mix van kolencentrales, kernenergie en CO2-opslag vrijwel even duur is als het bouwen van windmolens en zonnecellen. Ook de huidige ontwikkelingen in het winnen van schaliegas zijn zorgwekkend voor het behalen van de beleidsdoelstellingen en een verdere transitie naar een duurzame energieopwekking. De huidige stand van zaken noopt PerpectieF ertoe tegen de winning van schaliegas te zijn zolang niet duidelijk is wat de effecten op de aarde en haar schepping zijn. Het moge duidelijk zijn dat er nog een wereld is te winnen op het gebied van duurzame energie. PerspectieF ziet graag dat de overheid een langetermijnvisie hanteert, zodat het energiebeleid niet na elke wisseling van de wacht wordt herzien. Dit moet leiden tot een stabieler investeringsklimaat voor bedrijven, zodat zij op z’n minst geen belemmeringen van de overheid ondervinden bij investeringen in duurzame energieopwekking. De overheid dient ook initiatieven als ‘smart grids’ te stimuleren door hierover geen belastingen, of een lager belastingtarief, te heffen. Tot slot dient de overheid niet te investeren in kernenergie, maar in duurzame energiebronnen (wind-, water-, solar-, geothermische- en bio-energie).

  • Duurzaam gebruik van grondstoffen en materialen

    Een duurzaam gebruik van grondstoffen en materialen kan alleen gerealiseerd worden als we de aarde niet uitputten, hergebruik is dus noodzakelijk. Nog beter is als er geen sprake is van hergebruik (recycling), maar van ‘upcycling’(waardetoevoeging). Upcycling is afkomstig van het ‘Cradle to Cradle’-concept,dat inhoudt dat alle materialen, met name schaarse grondstoffen, weer teruggebracht worden in verschillende kringlopen. Deze dienen vervolgens zelfs waarde toe te voegen aan de nieuwe producten waarvan zij deel uitmaken.Denk bijvoorbeeld aan tapijttegels die naast hun functie als tapijt, tevens de luchtkwaliteit verbeteren door het opvangen van fijnstof. De overheid dient dit soort ontwikkelingen ten bate van een circulaire economie zo veel mogelijk te stimuleren door subsidies te verstrekken en een gunstig klimaat voor innovatieve (kleine en middelgrote) bedrijven te scheppen.

    Bij het gebruik van grondstoffen en materialen is het tevens van belang dat deze eerlijk zijn verkregen. Keurmerken zoals het FSC-keurmerk kunnen hier een dienstbewijzen, maar moeten niet te rigide worden toegepast. Er ligt ook een taak voor de overheid om de huidige wildgroei aan keurmerken te beperken tot een voor de consument overzichtelijk aantal. Keurmerken dienen transparantie te verschaffen en moeten leiden tot stimulering van duurzame keuzes van burgers.

    Ten aanzien van de internationale dimensie aan de grondstoffenhandel is het niet alleen van belang dat we de aarde niet uitputten, maar is het ook van belang dat materialen en grondstoffen onder menswaardige omstandigheden vervaardigd worden. In dit licht dienen keurmerken voor eerlijke handel vooral ook menswaardigheid te bevorderen.

  • Landbouw

    De trend die op dit moment wordt ingezet op EU-niveau is dat de boer niet slechts een producent van voedsel is, maar in ruil voor een goede prijs voor zijn waar ook andere maatschappelijke diensten kan leveren. Dit is een positieve ontwikkeling, en moet in toekomstige beleidsplannen de rode draad blijven vormen. Om bestaanszekerheid voor boeren te garanderen is het nodig dat er aandacht wordt besteed aan de ongelijke machtsverdeling binnen de voedselproductieketen. Boeren zouden zich daarom moeten kunnen verenigen in coöperaties om de balans binnen de keten te herstellen. De boer moet een eerlijke prijs voor zijn waar krijgen. Het mededingingsrecht moet hier op aangepast worden. Een over protectionistisch beleid waarbij de boer slechts een zak met geld krijgt zonder daar iets voor terug te hoeven doen moet namelijk echt verleden tijd zijn. Dit betekent ook dat er meer agrariërs over zouden moeten gaan op biologisch en diervriendelijk ondernemen. Een overstap die meer gestimuleerd moet worden door middel van het Europees landbouwbeleid.

    Sterke intensivering en schaalvergroting van de landbouw dragen bij aan de belasting van het milieu. De ophoping van fosfaat in, en de toevoer van nitraat naar de bodem, de ammoniakemissies en zware metalen zoals cadmium en koper (die vrijkomen uit kunstmest en resten van gewasbescherming) dragen allemaal bij aan vervuiling van lucht, bodem en water. Om deze problemen op te lossen dient de overheid strengere richtlijnen op te stellen met betrekking tot de uitstoot van schadelijke stoffen. Boeren kunnen maatregelen treffen zoals het injecteren van mest, het gebruiken van afgedekte mestopslagen en het invoeren van emissiearme stallen. Daarnaast dient de boer te zoeken naar oplossingen om de kringlopen te sluiten. De overheid dient dergelijke oplossingen te stimuleren. Agro-parken waarbij verschillende partijen gebruik maken van elkaars reststromen dienen als een adequate oplossing hiervoor. Tot slot heeft de opkomst van megastallen, waarvan we erkennen dat deze voor sommige vervuilende aspecten efficiënter zijn, de discussie aangewakkerd over hoe we onze dieren behoren te behandelen.

    PerspectieF vindt het van belang dat dierenwelzijn niet uit het oog wordt verloren. Dieren zijn immers door God geschapen en dienen niet louter als een productiemiddel gezien te worden. Bij het installeren van megastallen mag dit ethisch aspect niet veronachtzaamd worden.

  • Water

    Een duurzame waterhuishouding is van essentieel belang voor bijvoorbeeld onze drinkwatervoorziening, maar ook ter bescherming van de zee. Met name op het gebied van (riool)waterzuivering is winst te behalen. Het voorkomen van vervuiling bij de bron zorgt ervoor dat schadelijke stoffen niet meer achteraf door middel van energie-intensieve methoden verwijdert hoeven te worden. Hiernaast speelt vervuiling door medicijnresten een steeds grotere rol, wat afdoende aandacht en geld voor waterschappen vraagt. In de waterhuishouding kan er steeds meer bereikt worden op het gebied van warmteterugwinning uit rioolwater en de winning van schaarse grondstoffen waaronder fosfaat. PerspectieF pleit voor stimulering van innovaties op deze gebieden door subsidiëring van de overheid en ruimte voor waterschappen om hun taakopvatting ruim in te vullen. Daarnaast dient voor iedere burger voldoende drinkwater tegen een fatsoenlijke prijs beschikbaar te blijven.

    Naast deze kwalitatieve aspecten dient Nederland nog altijd beschermd te worden tegen mogelijke overstromingen. Het project Ruimte voor de Rivier en de ontwikkelingen na aanleiding van het Deltaprogramma moeten doorgezet worden om de veiligheid ook op de lange termijn te borgen. Het Deltafonds en de verankering daarvan in de deltawet dienen ook op de lange termijn gehanteerd te blijven en ook bij bezuinigingen dient het deltafonds onaangetast te blijven, het gaat immers om de veiligheid van ons allen. De aanleg of aanpassing van dijken en waterlopen dient zoveel mogelijk te geschieden zonder de ecologie geweld aan te doen, waar het kan staat PerspectieF het samenwerken met het natuurlijke systeem voor ogen zoals in de zandmotor aan de kust is gebeurt. Wat betreft droogte dat zoals het lijkt vaker voor gaat komen, is het een goede zaak dat de verdringingsreeks prioriteit geeft aan het voorkomen van onomkeerbare schade aan natuur. Wel dient elke keer dat deze reeks in werking treedt overleg te zijn met de getroffen gebruikers. Ruimhartige compensatie is niet meer dan logisch bij schade door keuzes van de overheid in het waterbeheer, zowel bij droogte als bij aanleg of aanpassing van dijken.

  • Klimaatverandering

    Op basis van de consensus in het vijfde rapport van het IPCC en het klimaatakkoord van Parijs van december 2015, ziet PerspectieF klimaatverandering als een groot risico voor de Nederlandse samenleving. Primair moet de aandacht blijven uitgaan het verminderen van CO2-uitstoot. Daarom is een energietransitie naar een duurzame energievoorziening hard nodig. Aanpassing van onze levensstijl is daarvoor een must. Transport en de consumptie van vlees zorgen voor relatief veel CO2 uitstoot en grote druk op het milieu. De overheid moet gezondere alternatieven voor vlees stimuleren alsmede duurzame mobiliteit om nog zoveel mogelijk mitigatie van klimaatverandering te bewerkstelligen.

    Omdat de gevolgen onomkeerbaar lijken moet er meer aandacht komen voor klimaatadaptatie. De effecten die klimaatverandering kan hebben op Nederland (overstromingen, hitte, droogte) en op landen in de wereld die minder kennis hebben dan wij vraagt om nieuwe oplossingen. Op nationaal niveau dient aandacht te blijven voor de waterhuishouding en de financiering van klimaatadaptatie, ook in navolging van Europees beleid. Daarnaast dient Nederland andere landen met kennis en geld te helpen om zich voor te bereiden op klimaatverandering.

  • Rol van de overheid

    Tussen de regels door is al het één en ander gezegd over de rol van de overheid.Er wordt nog een aantal punten expliciet genoemd. Ten eerste vindt PerspectieF het een lovenswaardig dat de overheid duurzaam inkoopt. PerspectieF vindt daarnaast dat de overheid ook voor bedrijven dergelijke kaders voor een duurzaam inkoopbeleid moet stellen, en daarbij moet waken voor regelverdichting. Tot op heden is duurzaam beleid op de lange termijn onvoldoende geborgd. De overheid is vaak op de korte termijn gericht en heeft onvoldoende oog voor langere termijn effecten van het beleid. PerspectieF is daarom voorstander van het instellen van een onafhankelijke ombudspersoon om negatieve effecten van overheidsbeleid voor toekomstige generaties tegen te gaan. Ook huidige kinderen en jongeren hebben namelijk recht op een gezonde en veilige leefomgeving. Verder is PerspectieF, zoals eerder betoogd, een voorstander van het aanbrengen van etiketten of keurmerken op producten waarmee aangegeven wordt hoe duurzaam een product is. Ook hier dient de overheid spaarzaam om te gaan met het aantal labels of keurmerken. Tot slot is het van belang dat de overheid overgaat op het hanteren van integrale kostprijzen en hiervoor regelgeving opstelt voor het bedrijfsleven.