Vrijheid en democratie

Hier vind je de standpunten van PerspectieF rondom 'vrijheid en democratie'. 

  • Correctief raadgevend referendum

    Het correctief raadgevend referendum heeft de gemoederen de afgelopen periode flink beziggehouden. Sinds de instelling ervan in 2015, is er tweemaal gebruik gemaakt van het referendum. Op 6 april 2016 was er het eerste raadgevend referendum over het associatieverdrag tussen de Europese Unie en de Oekraïne. Op 21 maart 2018 was er het referendum over de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv 2017). PerspectieF is geen groot voorstander van het correctief raadgevend referendum. Hoewel er ook voordelen zijn, wegen volgens PerspectieF de nadelen zwaarder.

    Daar waar politieke besluiten soms snel, buiten het zicht van burgers, worden genomen, kan een raadgevend referendum helpen om burgers meer inspraak te geven. Dat is nuttig wanneer nieuwe inzichten kunnen leiden tot andere opvattingen van burgers en van politici. Dat was bijvoorbeeld duidelijk zichtbaar bij het raadgevend referendum over de Wiv 2017. Op deze manier kunnen burgers en belangengroepen op een goede en laagdrempelige manier toch invloed uitoefenen op de politieke besluitvorming.

    Maar er is ook een duidelijke keerzijde. Referenda lopen niet zelden op politieke teleurstelling uit, daar waar politici toch andere beslissingen nemen of daar waar er geen overduidelijke meerderheid is (zie bijvoorbeeld de Brexit in het Verenigd Koninkrijk). Daarnaast zijn de meeste politieke thema’s te complex om in een simpel ‘ja’ en ‘nee’ of ‘voor’ en ‘tegen’ te vangen. Ons politiek systeem stoelt op volksvertegenwoordigers die direct door ons - de burgers - worden gekozen. Hiermee krijgen zij voldoende mandaat om besluiten te nemen. Daarnaast zijn er tal van opties om als burgers invloed uit te oefenen (denk aan het lid worden van een politieke partij of het indienen van burgerinitiatieven). PerspectieF is om deze redenen geen voorstander van het correctief raadgevend referendum.

  • Godsdienstvrijheid

    Het recht op vrijheid van godsdienst heeft haar basis in de Nederlandse grondwet (art. 1) en diverse internationale verdragen. De overheid dient zich bewust te zijn van haar taak om dit recht te beschermen en te respecteren. Dit houdt ook in dat ze haar eigen taak en bevoegdheden weet te begrenzen. Vrijheid van godsdienst is niet alleen het recht van een individu, het heeft ook een collectief aspect, om in gemeenschap vorm te geven aan geloofsovertuigingen. Het functioneren van de rechtsstaat kan worden afgelezen aan de wijze hoe zij omgaat met (religieuze) minderheden.

    In het maatschappelijk en politiek debat staat de vrijheid van godsdienst onder druk. Mensen (her)kennen de waarde van argumenten gebaseerd op religieuze overtuigingen niet altijd meer. De overheid dient daarom te waken over de vrijheid van godsdienst en dient de waarde van godsdienst voor de samenleving, in de vorm van gemeenschap en maatschappelijke activiteiten, te erkennen. Zij moet ruimte bieden voor maatschappelijke organisaties om te functioneren op grond van hun religieuze identiteit. Overtuigingen op grond van de vrijheid van godsdienst moeten ook kunnen worden uitgedragen in maatschappelijke organisaties, bijvoorbeeld op het vlak van personeelsbeleid. Op het werk moet ruimte zijn voor gewetensbezwaren van mensen. Iemand die bezwaren heeft tegen abortus en euthanasie mag geen benadeling ondervinden bij de toelating tot opleidingen en uitvoering van werk. PerspectieF vindt dat gewetensbezwaarden de ruimte behoren te krijgen binnen hun werk om hun opvattingen trouw te blijven.

  • Vrijheid van meningsuiting

    Het recht op vrijheid van godsdienst heeft haar basis in de Nederlandse grondwet (art. 1) en diverse internationale verdragen. De overheid dient zich bewust te zijn van haar taak om dit recht te beschermen en te respecteren. Dit houdt ook in dat ze haar eigen taak en bevoegdheden weet te begrenzen. Vrijheid van godsdienst is niet alleen het recht van een individu, het heeft ook een collectief aspect, om in gemeenschap vorm te geven aan geloofsovertuigingen. Het functioneren van de rechtsstaat kan worden afgelezen aan de wijze hoe zij omgaat met (religieuze) minderheden.

    In het maatschappelijk en politiek debat staat de vrijheid van godsdienst onder druk. Mensen (her)kennen de waarde van argumenten gebaseerd op religieuze overtuigingen niet altijd meer. De overheid dient daarom te waken over de vrijheid van godsdienst en dient de waarde van godsdienst voor de samenleving, in de vorm van gemeenschap en maatschappelijke activiteiten, te erkennen. Zij moet ruimte bieden voor maatschappelijke organisaties om te functioneren op grond van hun religieuze identiteit. Overtuigingen op grond van de vrijheid van godsdienst moeten ook kunnen worden uitgedragen in maatschappelijke organisaties, bijvoorbeeld op het vlak van personeelsbeleid. Op het werk moet ruimte zijn voor gewetensbezwaren van mensen. Iemand die bezwaren heeft tegen abortus en euthanasie mag geen benadeling ondervinden bij de toelating tot opleidingen en uitvoering van werk. PerspectieF vindt dat gewetensbezwaarden de ruimte behoren te krijgen binnen hun werk om hun opvattingen trouw te blijven.