« Terug

Deel 3: Week van: Elk kind telt

woensdag 24 februari 2021

Vandaag staan we stil bij de vraag hoe een goede jongerenvrijwilligersreis er uit kan zien. We gaan in gesprek met Theunis Sjoerd Elzinga (World Servants), Wouter Jan de Graaf (PerspectieF) en Daphne Steenbergen (PerspectieF/ChristenUnie).

Deze week duikt PerspectieF in de wereld van kinderen in de context van ontwikkelingssamenwerking. Immers, ieder kind telt, of het nu in Nederland woont of daarbuiten. Hoe kan de Nederlandse politiek goede kindzorg bevorderen? En welke praktijken schaden kinderen juist?

Wouter Jan de Graaf is voorzitter van de werkgroep Buitenlandse Zaken van PerspectieF. Hij heeft in het verleden tweemaal deelgenomen aan vrijwilligersreizen van World Servants. In 2012 ging hij naar [Malawi] en in 2014 naar [Zuid-Afrika].

Daphne Steenbergen
staat op plek 41 van de kandidatenlijst van de ChristenUnie voor de aanstaande Tweede Kamerverkiezingen. In 2016 heeft zij een paar weken als vrijwilliger Engelse les gegeven in een kindertehuis in Indonesië.

Theunis Sjoerd's
 rol bij World Servants focust op de impact van de interculturele ontmoetingen tussen de deelnemers en de lokale gemeenschapom de impact van de reis op de deelnemers zo groot mogelijk te maken’Hij geeft o.a. trainingen in het voortraject van een project en draagt zorg voor de goedafronding van projecten.

Pieter Dirk: De aanleiding voor ons gesprek is de publicatie van het rapport ‘Onderzoek omvang vrijwilligersreizen vanuit Nederland naar residentiële zorginstellingen voor kinderen’ van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.Theunis Sjoerd, heb jij iets van dit onderzoek meegekregen?

Theunis Sjoerd: Ik ben zelfs tijdens het onderzoek geïnterviewd, hoewel World Servants niet in de doelgroep van het onderzoek valt omdat het geen vrijwilligerswerk doet in weeshuizen. In het algemeen onderschrijf ik de conclusies van het rapport: de omvang van weeshuistoerisme neemt af en regulering is niet verstandig. Het lastige is namelijk dat deze sector ontzettend breed en versnipperd is. Er zijn veel verschillende initiatieven en niet-reisorganisaties die wel reizen aanbieden. Commercieel of non-profit, ideologisch gedreven of niet. Dat maakt het veel lastiger om te reguleren dan als het gaat om, bijvoorbeeld, glazenwassers.

Pieter Dirk: Wouter Jan en Daphne, waarom zou je überhaupt zo’n vrijwilligersreis willen doen als jongere?

Wouter Jan: Destijds had ik in mijn omgeving erover gehoord en het klonk goed. Voor mij had het ook te maken met dat ik van avontuur houd. Er zijn dus blijkbaar mensen die hulp kunnen gebruiken. Zelfs zonder dat ik als jongere uitzonderlijke kwaliteiten of ervaring had, kon ik fysiek een bijdrage leveren en dat werd al gewaardeerd. Toen ik dat hoorde was ik verkocht.

Daphne: Ik wilde sowieso graag vrijwilligerswerk in het buitenland doen. Ik heb toen verschillende projecten bekeken via een platform voor vrijwilligersreizen, maar ik had niet meer dan drie weken de tijd. Daarom viel er veel af. Een project op Bali gaf mij wel de mogelijkheid om drie weken te helpen. Daar heb ik toen Engelse les gegeven aan kinderen. Ik heb toen wel gekeken wat voor soort weeshuis het was. Het bleek gelukkig te gaan om een weeshuis waar alles lokaal geregeld wordt en dat gesteund wordt vanuit Nederland.

Pieter Dirk: Theunis Sjoerd, het eerdergenoemde rapport gaat vooral over reizen naar kindertehuizen en is kritisch op het bestaan van dit soort tehuizen. De reizen ernaartoe betekenen het in standhouden ervan. Hoe kijk jij naar die kritiek? De kritiek kan namelijk ook indirect op jullie afstralen. 

Theunis Sjoerd: Enerzijds klopt dat. Het aantal kritische vragen aan de telefoon of via de mail nam toe naar aanleiding van de politieke aandacht. Anderzijds vind ik dat niet zo’n probleem. Ik ben wel blij om te zien dat mensen kritische vragen stellen. Ik ben ervan overtuigd dat wij een heel goed antwoord hebben op die kritische vragen.

Pieter Dirk: Daphne, de eerste campagnes die weeshuistoerisme aan de kaak stelden komen uit 2017, 2018. Jij ging in 2016 op reis. Speelde voor jou de vraag wat een goede vrijwilligersreis is een rol in je keuze voor Bali? Hoe kijk je daar achteraf op terug?

Daphne: Het was toen geen issue. Dat werd pasdaarna anders. Wat mij in dat opzicht opviel is dat later, in de nieuwsbrieven die ik uit Bali kreeg, werd benadrukt dat het niet om een weeshuis ging, maar om een kindertehuis. Want de meeste kinderen hebben hun ouders nog wel, maar die zijn waarschijnlijk te arm om ze een thuis te geven.

Een vergelijking met een kostschool is misschien nog wel correcter. Mijn leerlingen waren geen kleine kinderen, maar pubers. De meesten hadden ook nog gewoon familie en in de zomer gingen ze naar huis en als gastdocenten behandelden wij hen zoveel mogelijk als gelijkwaardig. Maar het bleef natuurlijk wel een gaan en komen van vrijwilligers. Is dat goed? Kun je niet beter een vastedocent Engels aanstellen? Dat soort vragen zijn wel gaan spelen. En het voelde ook apart dat de coördinerende vrijwilligersorganisatie geld aan dit soort reizen verdiende.

Pieter Dirk: Wouter Jan, je drive was dus om daar te helpen. Maar dan denkt een kritische lezer misschien wel, er zijn daar toch ook zat mensen die hen kunnen helpen? Waarom moeten wij westerse mensen met onze koloniale geschiedenis het weer even vertellen hoe het moet?

Wouter Jan: Op dat moment had ik er niet veel verder over nagedacht dan dat ik het gaaf vind. Ik kon helpen, dus waarom niet? Die inhoudelijke vragen kwamen eigenlijk pas een paar jaar later. Ik ben er toen vooral heen gegaan om te helpen, en misschien heb ik zelf wel nog wel veel meer geleerd dan dat ik gebracht heb. Wat op mij een grote indruk heeft gemaakt is hoe goed wij het als Nederlanders hebben. Dat is echt een realisatie geweest die ik door die reizen heb meegekregen en nog steeds mijn dagelijks leven beïnvloedt.

Pieter Dirk: Theunis Sjoerd, is dit het ideale verhaal om terug te horen als organisator van zo’n reis?

Theunis Sjoerd: Ja, dit is het verhaal waar ik het voor doe en dat ik eigenlijk dagelijks hoor. Dat kan een stuk dankbaarheid zijn, zoals Wouter Jan benoemt, maar ook dat jongeren zich geïnspireerd weten om meer vrijwilligerswerk te gaan doen dicht bij huis, in Nederland. Of dat het geloof een belangrijkere rol in hun leven krijgt. Soms zelfs dat ze een switch maken van studie of werk. Eigenlijk zien wij bij iedere jongere die met ons meegaat dat er op minstens één vlak in hun leven iets gaat schuiven naar aanleiding van die reis.

Ik wil ook nog even aanhaken op het fenomeen van de ‘witte redder’. Uiteindelijk heeft dat alles te maken met je houding. Het is niet oké als je gaat om eens even voor te schrijven hoe het moet of als je een rol aanneemt die je thuis ook niet zou kunnen hebben, bijvoorbeeld als docent of verpleegkundige. Die houding proberen wij bij World Servants anders te laten zijn. Vrijwilligers maken als het goed is drie fasen door. Eerst kijk je, luister je en wil je weten hoe de lokale gemeenschap leeft. Vervolgens zet je de doelen van de ander nog steeds centraal, maar bouw je nu samen aan diens doelen. Dan ontstaat er, als derde, verandering in de levens van de vrijwilligers zelf. Zo vertellen ze bijvoorbeeld bij terugkomst in Nederland aan anderen dat die mensen waar ze geweest zijn ook passies, talenten, dromen en doelen hebben. Als dat je mindset is als vrijwilliger, dan ben je niet die ‘witte redder’. In plaats daarvan ben je samen mens en dien je de ander.

Pieter Dirk: Maar moet je daarvoor naar Malawi, Zuid-Afrika of Indonesië, of zou dat ook in, ik noem maar wat, Gouda kunnen?

Theunis Sjoerd: Dat zou ook in Gouda kunnen. We horen mensen bijvoorbeeld zeggen dat ze door hun ervaring ver weg hebben ontdekt dat ze dicht bij huis óók kunnen dienen. Maar we merken ook dat hoe verschillender de twee culturele contexten, hoe vatbaarder een jongere is voor verandering. En dus hoe groter de impact is die je op haar of zijn leven kunt maken. En die culturele interactie, dat is waar wij als organisatie dan weer goed in zijn.

Pieter Dirk: Kun je nog iets meer vertellen over het soort reizen dat jullie doen? Wat maakt dat jullie soort reizen bij uitstek geschikt zijn voor het bereiken van deze doelen?

Theunis Sjoerd: Wij doen bouwprojecten in ontwikkelingslanden. We ondersteunen drie wekenlang met een groep Nederlandse vrijwilligers van zo’n 30 à 35 personen een gemeenschap in Afrika, Azië of Latijns-Amerika met de bouw van klaslokalen, klinieken, lerarenwoningen, enzovoorts. Dat doen we steeds in nauwe samenwerking met een lokale organisatie die soms al tientallen jaren betrokken is bij de regio of de gemeenschappen waar wij komen.

Het bouwen is voor ons een middel om interactie te creëren tussen de vrijwilligers en de lokale gemeenschap. Als je op de steiger staat in Malawi met iemand van de lokale gemeenschap, dan ontstaan er andere gesprekken dan wanneer je simpelweg een paar uurtjes bij iemand op huisbezoek komt. Die interactie is waar het echte effect ontstaat. Natuurlijk is de bouw van de voorzieningen heel belangrijk, maar in de ontmoetingen zit de echte winst. Zowel bij vrijwilligers, alsook in de gemeenschappen: mensen weten zich gezien, voelen zich gewaardeerd. Daarmee krijgen ze nieuwe energie voor de toekomst.

Pieter Dirk: Er is veel aanbod op het gebied van vrijwilligersreizen. Zijn jongeren goed in staat om een verantwoorde keuze te maken?

Theunis Sjoerd: Daartoe is er nog meer maatschappelijke bewustwording nodig. Wouter Jan en Daphne gaven al aan dat ze beiden toch min of meer toevallig bij hun vrijwilligersorganisatie terecht zijn gekomen. Liever zouden we willen dat potentiële vrijwilligers heel bewust gaan kijken naar waar ze zich kunnen inzetten. Dat gebeurt steeds meer, maar nog lang niet genoeg. En daar ligt een verantwoordelijkheid voor de organisaties zelf om de goede verhalen aan de grote klok te hangen.

Er zijn uiteindelijk twee verschillende types organisaties. De ene inventariseert aan de hand van de behoeften van de lokale gemeenschap of een reis echt zin heeft. De andere gaat uit van de behoefte van de vrijwilliger. Die zegt: als jij volleyballes wilt geven in Bolivia, dan regelen wij dat.De echte impact van het laatste type organisaties is nihil.

Pieter Dirk: Zou je zelfs zeggen dat dit soort reizen verboden moet worden?

Theunis Sjoerd: Ik denk niet dat deze sector zich laat reguleren, want het heeft alles te maken met houding. En iemand z’n houding laat zich niet reguleren. Je kunt wel doen alsof, maar dan gaan de goeden onder de kwaden lijden. Ik zit meer in het kamp van bewustwording en het liefst van onderop.  

Pieter Dirk: Oké, geen verbod dus. Maar zou een keurmerk dan wel kunnen helpen in deze sector?

Theunis Sjoerd: Het is dus lastig dat deze sector zo pluriform en versnipperd is. Toch is een paar jaar geleden Volunteer Correct opgericht en sindsdien is er iets van een keurmerk voor vrijwilligersreizen. Daar zijn inmiddels ongeveer 15 organisaties bij aangesloten, waaronder World Servants.

Wouter Jan: Theunis Sjoerd, je benoemt maatschappelijke bewustwording als een belangrijk onderdeel voor verbetering indeze sector. Is het niet slim om een smal verbod op te leggen op de slechtste vorm van vrijwilligersreizen? Dan pik je de écht rotte appels eruit en daarmeegeef je een duidelijk signaal af aan de maatschappij dat niet alles oké is. Hoe zie jij dat?

Theunis Sjoerd: Mmm, ik moet de bruikbare selectiecriteria nog tegenkomen voor hetgeen jij nu voorstelt. Het is niet zo makkelijk om te zeggen dat projecten die voldoen aan criteria A, B en C, de slechtste reizen zijn. Nogmaals, de goeden lijden al gauw onder de kwaden.

Pieter Dirk: Er wordt ook gesproken over de mogelijkheid om vrijwilligers te verplichten een VOG te kunnen overleggen. Zou zoiets wel kunnen helpen?

Theunis Sjoerd: Welk probleem wil je daarmee precies oplossen? Ik kijk naar de jongerenreizen, en daar zijn de jongeren die meegaan op zon reis doorgaans niet het probleem. Zij zijn vaak wel van goede wil en krijgen die VOG dus wel. Het probleem waar we ons op moeten focussen is wát de jongeren precies gaan doen. Daar zit de kans op verbetering.