« Terug

Het linkse blok in de Franse politiek en wat Nederland er van kan leren

Banner nieuwsbericht (1).pngdinsdag 03 mei 2022

Alles leek de afgelopen weken alleen maar te gaan over de strijd tussen Emmanuel Macron en Marine Le Pen. Maar de kandidaat Mélenchon wist een aanzienlijk deel van de Fransen te winnen voor zijn standpunten.

In de Franse presidentsverkiezingen van 2017 wist de linkse kandidaat Jean-Luc Antoinne Pierre Mélenchon (toen 66) al 20 procent van de stemmen binnen te halen. Bij de presidentsverkiezingen dit jaar bleef Marine Le Pen hem in de eerste ronde nipt een procentpunt voor, waardoor Mélenchon als derde eindigde. Hij is dus al vijf jaar de kandidaat die de linkerkant van het politieke spectrum vertegenwoordigt. En bij beide presidentsverkiezingen maakte hij in de maand voor de verkiezingen in de peilingen een grote sprong. Begin maart stond Mélenchon in de peilingen nog maar op 12 procent, maar op 14 april eindigde hij met 21,95 procent van de stemmen. Waar staat hij voor en wie worden door zijn boodschap aangesproken?

Door Jaap-Jan Rus (Werkgroep Europa)

📷 REUTERS - SARAH MEYSSONNIER

Politiek veteraan

Jean-Luc Mélenchon is een politiek veteraan die van 1976 tot 2010 in de Franse senaat zat en van 2009 tot de presidentsverkiezingen van 2017 lid was van het Europees parlement. Mélenchon heeft net als president Emmanuel Macron een verleden bij de Parti Socialiste (de Franse sociaaldemocraten, bekend van presidenten Mitterand en Hollande). In 2008 scheidde hij zich af met als grootste verwijt dat de partij te veel toenadering zocht met centrumrechts en te veel bereid was tot het maken van concessies. Toen in 2012 François Hollande als kandidaat van de Parti Socialiste tot president verkozen werd, ontwikkelde Mélenchon zich tot een van zijn grootste critici.

Door president Hollande werd een centrumrechts sociaal-economisch beleid gevoerd, terwijl hij als linkse kandidaat verkozen was. Mede vanwege dit beleid verloor de Parti Socialiste bij de verkiezingen in 2017 enorm en haalden maar 6,4 procent van de stemmen en door de nog slechtere uitslag in de presidentsverkiezingen van 2022 zal de partij waarschijnlijk failliet gaan. Anne Hidalgo, de kandidaat van PS, kwam namelijk niet tot de grens van 5 procent die in Frankrijk gehaald moet worden om campagnekosten vergoed te krijgen. Mélenchon, met zijn partij La France Insoumise(‘het niet-onderworpen Frankrijk’, een eco-socialistische en eurosceptische partij), vulde het gat op dat ontstaan was door de val van de PS, gesterkt door zijn positie als linkse criticus van het toenmalig beleid.

Kritische standpunten

Mélenchon profileert zich als een linkse politicus die niet bereid is om compromissen te sluiten. Zijn belangrijkste speerpunten zijn de uitbreiding van sociale zekerheid, het verkleinen van de welvaartskloof, het voorkomen van klimaatverandering en promoten van verdraagzaamheid. Hij onderscheidt zich van zijn opponenten Macron en Le Pen met voorstellen voor een belasting van 100 procent op inkomens boven 360.000 euro en een versoepeld migratiebeleid.

Verder is Mélenchon een criticus van de Europese Unie, waarvan hij vindt dat deze economische globalisatie bevordert en daarmee de rijken disproportioneel bevoordeeld, ten koste van de armen. Ook is hij tegenstander van de NAVO, omdat dit de Franse soevereiniteit in de weg zou staan en het land te veel afhankelijk maakt van de Verenigde Staten. Zijn verdere standpunten aangaande het buitenland leiden soms tot controverse. Zo stelde hij dat de omstreden Venezolaanse presidentsverkiezingen van 2018 legitiem waren en dat mensen die dat anders zagen marionetten van de Amerikaanse regering waren.

Aanhangers

Mélenchon vindt zijn steun vooral onder de jongere generaties en minderheidsgroeperingen in Frankrijk. Waar Le Pen bekend staat om haar anti-immigratiestandpunten en Macron in aanloop naar de eerste ronde van de presidentsverkiezingen van dit jaar steun uitsprak voor de secularisatie van de publieke sfeer, is Mélenchon expliciet voorstander van de vrijheid van godsdienst en een versoepeld migratiebeleid. Hierdoor krijgt hij veel steun op het Caribische gedeelte van Frankrijk: op de drie grootste eilanden Martinique, Réunion en Guadeloupe kreeg hij respectievelijk 53, 40 en 56 procent van de stemmen.  Ook onder de moslimminderheid is Mélenchon populair, want naar schatting zeventig procent van hen kruiste zijn vakje aan.

In deze tijden van grote inflatie, stijgende energieprijzen en toenemende inkomensonzekerheid vindt  Mélenchons boodschap van sociale zekerheid ook veel aanhang onder de laagste inkomensgroep. Hij kreeg bijna dertig procent van die stemmen, ongeveer evenveel als Le Pen.

En als laatste geniet hij veel steun van de jongere leeftijdsgroepen, met een score van meer dan dertig procent van de stemmen in de groep tot 34 jaar, in vergelijking met de ongeveer 11 procent die hij in de leeftijdsgroep 65+ haalde. Typerend hiervoor is de aanhang die hij geniet op sociale media, bijvoorbeeld op YouTube waar hij bijna 800.000 abonnees heeft en clips van zijn debatten honderdduizenden keren worden bekeken.

Verkiezingsuitslag

Macron en Le Pen hebben de twee weken voor de tweede verkiezingsronde geprobeerd om deze groep linkse Fransen te mobiliseren voor hun eigen kamp. Le Pen legde al voor de eerste ronde de focus op het oplossen van de economische problemen en de lijn die ze daarin volgt lijkt op die van Mélenchon. Daarbij heeft ze het voordeel dat Macron wordt gezien als de vertegenwoordiger van het grootkapitaal en daardoor niet populair is onder de kiezers van Mélenchon. Macron weet zich daarentegen verzekerd van de minderheden die koste wat het kost willen voorkomen dat de extreemrechtse Le Pen de volgende Franse president wordt.

Wat we in de uiteindelijke verkiezingsuitslag hebben gezien is dat vooral Macron steun kreeg van de kiezers van Mélenchon. Van de kiezers die in de eerste ronde op Mélenchon stemden stemde 42% in de tweede ronde op Macron en ongeveer 17% op Le Pen. De overige 40% procent stemde of blanco of kwam niet opdagen tijdens de tweede ronde. De tweede ronde werd gekenmerkt door het lage opkomstcijfer van 72%, het laagste sinds 1969.

Hoewel een linkse president voor de komende vijf jaar dus geen realiteit is, zijn er wel vooruitzichten voor de parlementsverkiezingen die in de zomer worden gehouden. Er zijn al besprekingen gaande tussen La France Insoumise en de andere linkse partijen om eventueel een links blok te vormen voor de verkiezingen. Toen was er ook een dergelijk voorstel om een gezamenlijk blok te vormen, maar dat werd het niet door alle partijen gesteund. Mélenchon heeft in ieder geval gezegd niet mee te zullen doen aan de presidentsverkiezingen van 2027.  Wel wil hij nu nog alles op alles zetten om resultaat te halen bij de parlementsverkiezingen, met als doel premier te worden. Wie zijn opvolger zal zijn binnen La France Insoumise is op dit moment nog onbekend. Mélenchon spreekt zelf geen steun uit voor een opvolger en stelt dat leiderschap verkregen moet worden in de politieke arena.

Als we kijken naar de situatie hier in Nederland, dan zien we dat er parallellen te trekken zijn tussen de Franse situatie en de Nederlandse. Zo krijgen ook hier de linkse partijen soms het verwijt te veel samen te werken met centrumrechts en te veel concessies te doen. De PvDA is bijvoorbeeld heel hard afgestraft na een kabinetstermijn met de VVD. En nu ook hier oproepen worden gedaan tot een fusie tussen de PvDA en GL, zijn er ook in Nederland mogelijkheden tot het vormen van een relatief verenigd links blok. De vraag is echter of een dergelijk blok hier net zo succesvol kan zijn als Mélenchon in Frankrijk.