In debat jongensbesnijdenis botsen grondrechten

nrc voor opiniemaandag 15 mei 2017

In het NRC van 5 mei betogen twee Jonge Democraten dat de vrijheid van religie ophoudt bij jongensbesnijdenis. Niet-therapeutische jongensbesnijdenis schendt volgens hen de integriteit van van het menselijk lichaam. De auteurs plaatsen hiermee artikel 11 van de Grondwet (onaantastbaarheid van het lichaam) boven artikel 6 (vrijheid van godsdienst). De argumenten die zij aanvoeren, zijn echter niet doorslaggevend om te komen tot een, al dan niet geleidelijk verbod op jongensbesnijdenis.

Allereerst is daar het medisch argument. De artsenkoepel KNMG merkt in een rapport, zoals aangehaald door de Jonge Democraten, op dat er weinig medisch-preventieve voordelen te noemen zijn om routinematige jongensbesnijdenis aan te bevelen. Een belangrijke observatie. Tegelijk signaleren we dat er weinig actueel cijfermatig materiaal beschikbaar is om gefundeerde uitspraken te doen over het aantal complicaties en de aard hiervan. Het is dus de vraag of het medisch argument de doorslag mag geven. 
De vraag vervolgens of je kinderen niet zelf moet laten kiezen als ze volwassen zijn is een legitieme vraag. De algemene stelling dat de vrijheid van een ouder stopt als het de vrijheid van een kind raakt is echter moeilijk houdbaar. Als jij een bepaalde (levensbeschouwelijke) overtuiging bent toegedaan, is het onmogelijk om dit niet door te geven aan je kind. Als je zelf iets als waardevol en belangrijk beschouwt, wil je dat graag doorgeven. Voor twee wereldgodsdiensten is de besnijdenis van jongens een essentieel onderdeel, een minimum. Het is voor velen geen optie om het koord van deze diepgewortelde traditie door te knippen.
Op een meer praktische manier uitgedrukt: een strikte toepassing van dit argument kan ook leiden tot de opvatting dat een jong meisje geen oorbellen mag dragen, want dat zou de onaantastbaarheid van het lichaam raken. Ouders maken continue keuzes voor hun kind en helaas pakt niet iedere keuze altijd even goed uit. Gelukkig staat de aanpak van kindermishandeling en verwaarlozing hoog op de politieke agenda. Het is echter niet zo dat jongensbesnijdenis als kindermishandeling opgevat kan worden. De wettelijke definitie van kindermishandeling start met de constatering dat kindermishandeling 'elke vorm van voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie' is. Jongensbesnijdenis is allesbehalve een bedreigende of gewelddadige interactie. Ouders doen dit om hun kind op te nemen in de gemeenschap, vaak in een feestelijke context en in aanwezigheid van familie. 
Er is hier eerder sprake van een discussie over grondrechten. Hoewel jongensbesnijdenis geen diepgewortelde traditie is voor christenen, vinden we het wel belangrijk om dit grondrecht van anderen te verdedigen. Om een grondrecht af te schrijven als iets wat niet deugt, gaat ons veel te ver. 
Grondrechten zijn niet opgeschreven, omdat mensen het altijd met elkaar eens zijn en algemeen aanvaarde overtuigingen hebben. Grondrechten beschermen de overtuigingen van een minderheid tegen een dictatuur van de meerderheid. Je kunt het fundamenteel oneens zijn met jongensbesnijdenis, maar dat betekent nog niet dat je om deze reden de uitoefening van een grondrecht kunt inperken. 
Jarin van der Zande en Dico Baars.
Labels

« Terug